| (07) De verschrikkingen van jalourse mietje |
|
|
|
| donderdag, 20 april 2000 16:21 | |
|
Sinds zomer 1983 hebben wij andere buren naast ons. Het was jammer dat de vorige buren vertrokken, want daar hadden we een leuk contact mee. Op het eerste gezicht waren deze nieuwe mensen wel aardig. Piet, de mannelijke helft kon ik oppervlakkig, we hadden wel eens wat samengewerkt bij een bedrijfje. Toen ze het huis enkele dagen in hun bezit hadden, zei Piet tegen mij van " Je kunt mijn nieuwe woning wel even bekijken". Dit eerste contact met Piet op zijn nieuwe grond werd meteen al een beetje ruzie i.v.m. het onderhoud van zijn CV-ketel. Ik kreeg in die periode ook een waarschuwing van: We mogen elkaar geen vieze moppen meer vertellen, want wij worden nu buren, "waarvan ik de clou niet inzag", ook zei hij dat het overdag wel lawaaiig mocht zijn, maar 's nachts rustig. Toen ze nog maar net met de hele familie hun intrek hadden genomen, begonnen de treiterijen al. Ze begonnen lawaai te produceren, in de vorm van: Stampen, schreeuwen, met de deuren slaan etc. Zoontje "Marco" begon met een luchtbuks op onze katten te schieten. Totdat de familie een hond aanschafte, we hebben jarenlang 's nachts in het geblaf en gejank gezeten, of het de gewoonste zaak van de wereld was. De hond lieten ze ook vaak alleen als ze weggingen, dus.... Ook een Berk, die natuurlijk groter en groter werd, begon aan de treiterijen mee te doen. Deze boom begon zomers al mijn zon weg te nemen, en veroorzaakte in het najaar tot het voorjaar ontzettend veel rotzooi door zijn vallende bladeren en trossen. Op een gegeven moment heb ik op een dag in de bouwvak, het was 1994, een paar grote overhangende takken van de boom gezaagd, deze hingen meters over mijn erf en ik had er last van als ik op het dak van het hok bezig was om de troep van diezelfde boom op te ruimen. Dat heb ik natuurlijk geweten. Piet stormde na de vakantie bij mij op het erf met de mededeling van: Je hebt mijn boompje vernield, waarop ik kwaad werd en hij afdroop. Ik was met permissie van zijn dochter Irma op zijn heilige grond geweest om mijn hok te impregneren tegen doorslaan van vocht en water. Dit vond hij ook niet nodig, want hij heeft in het verleden me wel meegedeeld van: Die muur ziet er nog goed uit, dat ik vind het niet nodig dat je hem gaat behandelen. Het was net of dat gedeelte zijn bezit was, en ik er verder niets mee te maken had. Toen ik met het impregneren van de muur zou beginnen, ben ik geschrokken van de troep die er tegenaan stond, en dat de muur er ontzettend slecht uitzag door het weinige licht en het vele vocht wat er kwam door de desbetreffende berk. Ik heb in het verleden wel eens tegen Piet gezegd van: Die boom kan er om mij wel weg. Waarop zijn antwoord was van: DIE BOOM BLIJFT STAAAAN... Op deze manier rommelden we maar een beetje verder. Totdat ik in Juli 1996 Piet meedeelde dat ik schoon genoeg had van de lawaaioverlast van zijn hond in de vakantie, over de rest heb ik maar gezwegen, anders was het een totale oorlog geworden. Piet wist op zijn manier natuurlijk niet dat de hond blafte als ze weg waren, en hij zou het er wel even met zijn vrouw over hebben. Het jaar daarvoor, het was 1995, ben ik in de vakantie naar dochter Irma gestapt met dezelfde mededeling, dat ik schoon genoeg had van de overlast van haar vaders hond. Ze lieten hem de hele dag tot s'avonds laat alleen. Hij heeft dat beest toen maar één week mee op vakantie gehad. De rest van de bouwvak mocht hij met dochterlief naar huis toe, natuurlijk ook vanwege de overlast op de camping waar ze in de vakanties staan. Er kwam daarna een kleine kentering in de situatie. Ondanks dat hij ten stelligste ontkende dat zijn hond niet blafte, werd het toch wat rustiger. Na een paar weken zaten we echter weer op het zelfde niveau. Er zijn tijden dat het ontzettend vies stil bij hun is, maar er zijn ook perioden dat het lijkt of er een hele kleuterklas naast ons woont. Steeds vaker krijg ik de indruk dat deze mensen donders goed weten waar ze mee bezig zijn. Dit kun je merken omdat Piet begint te fluiten als hij ons ziet, hij wordt dan doodzenuwachtig. Jannie (zijn vrouw) begint dan te hoesten, of zit zenuwachtig aan haar mond. Ik hoor trouwens steeds vaker om me heen , ook van vreemden, dat ze de familie niet mogen. Je ziet zelfs dat de mensen in de straat voor hun proberen te vluchten. Helaas woon ik naast deze ongelukken. Maar afijn, we zijn nu dus in 2000 aangeland.... De hond is gelukkig vorig jaar overleden, diverse politiebezoeken mochten ook niet baten i.v.m. de overlast. Natuurlijk valt er over deze woelige periode wel een boek te schrijven. Maar de heer Piet heeft één zekerheid in zijn leven opgebouwd... Als ik hem eens voor mijn auto krijg, rijdt ik door... |


